Tag manager en FB

Aanbevolen artikel

Vrijheid is een grondrecht voor dieren

Waarom is vrijheid zo belangrijk? Voor het antwoord gaan we te rade bij de bronnen waaruit we normaal gesproken informatie halen over wat ...

Overzicht van thema's op de website

Achtergrond Inhoud
site
Doelen Privacy beleid
Misstanden in de veehouderij Geschiedenis veehouderij Vleesloos (Kerst en BBQ) Video's over dierenleed

Dierenrechten
Ons gedrag Bio-industrie Huisdier nemen?
Sitemap

(plattegrond)
mailadres Zoeken Allerlei onderwerpen
Geld Milieu Integriteit Ethiek
Verdienmodel Afkalvend imago Doodlopende weg Vleesloze toekomst
Boeren produceren voor de export Waarom deze export tot dierenleed leidt Omvang export van zuivel en vlees  Weblogs over export
Demagogie Wie gebruikt het? Hoe, waarbij en wanneer? Actuele blogs erover
hebzucht vraatzucht trots luiheid
Diergebruik Wie betaalt? Dierenbelangen Weblogs over allerlei
Dierenrechten Respect Dierenwelzijn Actuele blogs
Dierenleed in beeld Deze site in boekvorm Antwoorden
voor kinderen
Mag een goudviskom?
Persoonlijke verhalen Testjes,
polls en interactie
Passieproject Spiritualiteit

Voor extra toelichting, ga met de cursor over de link.

De menukeuzes leiden weer tot een nadere onderverdeling.
In de artikelen achter de menu's op de website van Animal Freedom zijn tientallen links te vinden naar even zoveel artikelen op de site.
Achter de steekwoorden in sommige rijen wordt gebruik gemaakt van de zoekfunctie om vele relevante artikelen te tonen. Deze verschijnen in een tweede venster.
Artikelen op deze en aanverwante sites zijn natuurlijk ook te vinden via de zoekmachine:

Veehouders zijn de weg kwijt


Een groot deel van de Nederlandse vee-houdende boeren is de weg kwijt. Op kosten van het dierenwelzijn en het milieu zijn ze langzaam maar zeker op jacht gegaan naar het grote geld. Aangemoedigd door de overheid, verleid door de banken en met stilzwijgende toestemming van de meeste burgers kozen ze voor groot, groter, grootst.
Het heeft geleid tot een morbide systeem van grootschalige uitbuiting van dieren. Natuur en milieu worden, ook buiten Nederland, op grote schaal vernield om ons vee te voeden. Met het regelmatig dumpen van overschotten die onze volledig uit haar krachten gegroeide veehouderij oplevert, draagt Nederland fors bij aan de instandhouding van honger in delen van de wereld.
Het is een zorgvuldig geconstrueerde en in stand gehouden mythe dat Nederland de wereld voedt. Onze bijdrage aan de mondiale zuivelproductie is 1,5%, de bijdrage aan de mondiale vleesproductie iets meer dan 1%. Nederlands voedsel wordt in het buitenland bovendien vooral verkocht aan de rijke middenklasse, en niet ingezet om de 800 miljoen hongerigen te voeden.
De agro-propaganda machine heeft er bij de burger een rotsvaste overtuiging ingeramd: de Nederlandse land en tuinbouw is een belangrijke pijler van onze economie. We zijn immers, na de VS, de op een na grootste agro-exporteur ter wereld. Een mega prestatie voor dat kleine landje aan de zee.
De werkelijkheid ziet er iets anders uit. Ongeveer een derde van de Nederlandse agro-export is doorvoer. Wij fungeren dus alleen als tussenstation, maar in de statistieken telt het als export van Nederlandse boeren. Nog eens een derde gaat om geïmporteerde grondstoffen die door multinationals worden bewerkt tot bijvoorbeeld chocolade of tabakswaar. In de statistieken duikt het op als export van Nederlandse boeren. Ongeveer de helft van de wel in Nederland geproduceerde landbouwproducten leunt zwaar op buitenlandse grondstoffen, zoals veevoer en energie.
En dan is er nog de mythe dat hier het meest efficiënt en diervriendelijk wordt geproduceerd. In de berekeningen waarmee dat wordt aangetoond blijft de schade aan natuur en milieu stelselmatig buiten schot. Er is onze wetgeving inderdaad een begin van zorg voor dieren vastgelegd, maar deze wordt in veel gevallen met andere wetgeving weer ongedaan gemaakt.
Zo is het bijvoorbeeld al sinds 1995 bij wet verboden om de snavels van kippen te knippen, maar de inkt was nog niet droog of via een algemene maatregel van bestuur werd het toch weer toegestaan. En zo gaat het vaker.
Deze website probeert het masker waarachter de veehouderij zich verschuilt, weg te trekken. Het geeft een onthutsend beeld van drogredenen, halve waarheden en hele leugens waarmee een reus op lemen voeten overeind wordt gehouden.

Meer lezen over hoe de zucht naar steeds meer geld verdienen dierenleed oplevert? Kijk voor een overzicht van de artikelen op de sitemap.

5 vormen van vrijheid die dieren officieel hebben

Welke rechten op vrijheid heeft vee officieel?

In 1979 heeft de Farm Animal Welfare Council (FAWC), een onafhankelijk adviesorgaan van de Europese Commissie (Campbell), vastgesteld dat dieren in de veeteelt recht hebben op de volgende 5 "vrijheden":

Vrijheid van honger en dorst
- direct toegang tot vers water en voedsel om gezond te blijven
Vrijheid van ongemak
- door een comfortabel onderdak en rust te bieden
Vrijheid van pijn, verwonding en ziekte
- door dit te voorkomen of snel te diagnosticeren en te behandelen
Vrijheid om normaal gedrag te vertonen
- door voldoende ruimte, mogelijkheden en gezelschap van soortgenoten
Vrijheid van angst en spanning
- door voor omstandigheden te zorgen die lijden vermijden

Bij de kippen worden bovenstaande 5 (minimale) rechten van dieren niet gehaald, wanneer:


  1. hun snavels gekapt worden
  2. kippen niet op stok kunnen om te slapen en een verstoord dag/nachtritme opgedrongen krijgen om zoveel mogelijk eieren te leggen
  3. zij permanent gedwongen worden te leven in de nabijheid van soortgenoten, die zij willen ontlopen (pikorde)
  4. niet vrij (buiten) kunnen scharrelen, graven en een stofbad nemen
  5. zij bij het vervoer met geweld in kratten worden geperst met kans op breuk van vleugels en poten en in stressvolle omstandigheden op vrachtwagens naar het slachthuis worden vervoerd.


Bij varkens worden bovenstaande punten niet gehaald, wanneer:


  1. zij bijna de hele dag in het donker moeten verblijven
  2. zij zonder verdoving gecastreerd worden
  3. zij ingeklemd worden tussen 2 stangen zodat zij zich niet kunnen omdraaien of verzorgen
  4. niet in de grond kunnen wroeten
  5. geen rustplaatsen hebben met stro o.i.d., maar een roostervloer
  6. moeten leven in een ammoniak-lucht, afkomstig van hun eigen mest
  7. bij het vervoer met geweld in stressvolle omstandigheden op vrachtwagens naar het slachthuis worden vervoerd.


Er zijn vaak overtredingen geconstateerd van het verbod op:


  1. een standlengte korter dan 2 meter voor zeugen (niet naleving is 61%)
  2. een te klein vloeroppervlak voor biggen
  3. een kleiner gedeelte dicht dan 2/3 van de berenstal
  4. het niet hebben van een adequate ziekenboeg (niet naleving 10%)
  5. het houden van varkens in het duister of bij onvoldoende verlichting (niet naleving 13%)
  6. het ontbreken van een alarminstallatie bij mechanische ventilatie (niet naleving 32%)
  7. het ontbreken van afleidingsmateriaal (niet naleving 25%)


Bij koeien worden bovenstaande punten niet gehaald, wanneer:


  1. het kalf direct naar de geboorte bij de moeder wordt weggehaald om elders gemest te worden. Door geboren te worden heeft het kalf haar functie volbracht. De melk van de moeder wordt verder voor menselijke consumptie gebruikt.
  2. zij geen mogelijkheden hebben om naar buiten (de wei) te gaan
  3. zij hele winters aangebonden staan



Drogredenen voor dierproeven



Drogredenen


Reactie

Dierproeven zijn noodzakelijk   In de wet staat dat voor sommige medicijnen dierproeven (in 30% van de gevallen) noodzakelijk zijn. Noodzakelijk is iets anders dan goed.
Veel dierproeven worden uit commerciële overwegingen gedaan en zijn meer medicijnen, schoonmaakmiddelen, cosmeticaproducten etc. dan nodig is.
Onderzoek naar kanker of aids kan niet zonder dierproeven   De beste resultaten worden geboekt met onderzoek op mensen. Dit is wel duurder.
Er zijn te weinig alternatieven   Slechts 1% van het budget wordt uitgegeven aan alternatieven. Als je niet zoekt, vind je ook niet.
Dierproeven zijn gericht op het geluk en de gezondheid van de mens   Het eerste en belangrijkste doel van de farmaceutische industrie is winst maken.
Als je geen dieren opoffert, offer je mensen op   Dat is maar hoe je het bekijkt. Gezien de relatief succesvolle resultaten van proeven op mensen en andere diervrije alternatieven is het eerder zo dat wanneer de industrie door blijft gaan proeven te nemen op dieren, zij uiteindelijk meer mensenlevens in gevaar brengen.
Als je zelf ziek wordt dan heb je wel belang bij dierproeven   Mensen kunnen zich het beste druk maken over de meest optimale manier om ziektes te bestrijden wanneer er nog genoeg tijd over is en dat is als ze nog gezond zijn.
Dieren zijn geschikt voor proeven omdat zij minder voelen   Omdat een dier geen begrip heeft van het doel van experimenten ervaart het bij relatief geringe pijn doodsangst en vertwijfeling.
De proeven kunnen toch niet met mensen worden gedaan?   Mensen geven zich vrijwillig op en met hen valt beter te communiceren. Onderzoekers worden dan verplicht zorgvuldiger hun proeven te plannen en op te zetten. Dit leidt uiteraard tot onschadelijke, minder wrede proeven.
Zonder dierproeven zou de wetenschap nooit het huidige kennisniveau hebben bereikt   Misschien was de wetenschap nu veel verder geweest als zij gedwongen was geweest om te zoeken naar alternatieven. Nu is er geen vergelijking mogelijk.
Proefdieren worden dagelijks nauwkeurig geobserveerd mbt hun welzijn   Het welzijn van een dier wordt niet beter door continue observatie. Het welzijn zou beter zijn als dieren geen object van onderzoek zouden zijn.
Organisaties die tegen dierproeven zijn hebben veel geld die zij niet inzetten om proefdiervrij onderzoek te subsidiëren   Die organisaties zetten hun geld in om mensen bewust te maken van alternatieven voor dierproeven en dierproefvrije producten. Het is aan de farmaceutische industrie om alternatieven te financieren.
Research centra zijn altijd bereid om het publiek te informeren over de noodzaak van de proeven   Er is geen informatie die de noodzaak van dierproeven onweerlegbaar aantoont. De informatie geeft slechts zicht op de beweegredenen en omstandigheden. Informatie over het hoe en waarom dierproeven gedaan worden, geeft geen argumenten die het ethische bezwaar van dierproeven verlichten.
Het is zinloos om te discussiëren over de ethiek van dierproeven. De een denkt zus en de ander zo. Daar kom je nooit uit.   Verschil in inzicht in ethiek is gelukkig nog nooit een reden geweest om daarover geen gesprek aan te gaan. Er bestaan wel individuen die van te voren besluiten om in een gesprek niets toe te geven. Sommigen hebben er ook (financieel en maatschappelijk) belang bij om een controverse te laten bestaan.
Wanneer je tegen dierproeven bent moet je ook geen medicijnen nemen die op dieren getest zijn. Moeten we dan straks alle die medicijnen weggooien?   Niemand kan een ander verwijten gebruik te maken van kennis die al bestaat ook al is deze illegaal of via bezwaarlijke weg verkregen. Je mag geen illegale of bezwaarlijke praktijken toepassen om kennis te verkrijgen.
Als je toch al dieren gebruikt voor voedsel is het logisch om ze ook voor dierproeven te gebruiken   Bij dieren die gebruikt worden voor voedsel geef je ze voor de slacht een goed leven als je het goed met hen voor hebt. Bij dierproeven worden dieren aan allerlei ongerief blootgesteld en na enige tijd gedood. Dat is een geen goed leven voor de dood.

De goudviskom als decoratie en martelwerktuig

Waarom de goudvissenkom niet deugt?

Veel van deze goudvissen komen in een goudvissenkom terecht. Mensen realiseren zich helaas niet dat dit voor de vissen een martelwerktuig is.
Wat deugt er niet aan?
In de eerste plaats is de goudvissenkom natuurlijk veel te klein. De kom bevat doorgaans maar enkele liters water, grote viskommen bevatten in het beste geval 10 tot 15 liter water. Dat is veel te weinig voor een goudvis, die minstens 250 liter nodig heeft! De kleine hoeveelheid water in een viskom dreigt niet alleen snel te vervuilen, maar kan ook snel te warm worden.
Een ander nadeel van de viskom is dat door de komvorm het wateroppervlak dat direct met de lucht in contact komt, veel te klein is. Daardoor dreigt voortdurend het zuurstofgehalte van het water te laag te worden.

Hoe moeten we dan wel goudvissen houden?
Het uitgangspunt dient te zijn dat goudvissen zoveel mogelijk naar hun aard gehouden dienen te worden. Een flinke, diepe vijver is dan natuurlijk het best. Maar als we ze in een aquarium houden, dan dienen ze, als ze ongeveer 15 tot 20 centimeter lang zijn, wel over tenminste 250 liter water te beschikken. Dat komt neer op een aquarium van 100x50x50 centimeter. Deze standaardmaat werd nog onlangs in het tijdschrift Het Aquarium aangeraden.
Dat is wel wat anders dan de piepkleine viskom! Zolang de goudvissen kleiner zijn, kan ook met een kleiner, maar wel rechthoekig aquarium volstaan worden.
Goudvissen zijn sociale dieren en dienen dus niet in hun eentje, maar in kleine groepjes van, volgens deskundigen, ongeveer tien vissen gehouden te worden. Heel belangrijk is verder dat de goudvissen in het aquarium over een interessante, afwisselende omgeving beschikken. Diverse waterplanten, stenen en een zandachtige bodem zijn dan ook absolute vereisten. Goudvissen zwemmen graag in groepjes door het water, waarbij ze voortdurend op zoek zijn naar wat voedsel. Wat ze hierbij heel graag doen is met hun snuit in de bodem wroeten, het zogenaamde grondelen, eigenlijk net zoals varkens dat doen, wanneer ze naar voedsel zoeken. Dit biedt de dieren de noodzakelijke afleiding en beweging en houdt ze psychisch en lichamelijk gezond.

Meer lezen? Zie de link naar de website in het rechtermenu.

Gevolgen van het eten van vlees

Vleesproductie is voedselverspilling

Wereldwijd voert men jaarlijks 735 miljard kilo graan aan de totale veestapel. Vervoerd in een goederentrein zou deze hoeveelheid in 12,3 miljoen goederenwagons geladen moeten worden. Die trein zou 6 keer de evenaar kunnen omspannen.
Voor de voeding van iedere Nederlander is er in binnen- en buitenland 1,20 hectare land in gebruik, terwijl er per wereldburger slechts 0,2 hectare landbouwoppervlakte beschikbaar is.
In Nederland is ongeveer 1,3 miljoen hectare in gebruik voor de productie van gras en maïs voor het rundvee. Nederland gebruikt naast de eigen grond ook nog evenveel grond in ontwikkelingslanden als Thailand (cassave), Maleisië, Brazilië (soja) en Argentinië voor de productie van veevoer. Voor de geïmporteerde mengvoeders is in andere landen 5,4 miljoen hectare in gebruik.
De grondstoffen voor het kippen- en varkensvoer worden voor ca. 75% uit het buitenland gehaald. Ongeveer één derde daarvan is afkomstig uit derdewereldlanden.

Vleesproductie is milieuvervuiling

De grootste bron van de zure neerslag die bossen en heide ernstig aantast, zijn veehouderij (61%) en verkeer (18%).
In 1997 produceerde de Nederlandse veestapel 77.093 miljoen kilo mest. Uitgestort over de gemeente Amsterdam zou dit een laag van 25 cm stinkende gier opleveren.
Met de mest produceerde onze veehouderij in 1997 140 miljoen kilo ammoniak (NH3), een schadelijke stof die sterk bijdraagt aan de 'zure regen'. Met die hoeveelheid zou je 1,45 miljard flessen ammonia (gebruikt in het schildersbedrijf e.d.) kunnen produceren.

Bovendien kost de productie van één pond vlees ongeveer 11.250 liter water.
Er is veel minder water nodig om een vegetariër of veganist (een die geen vlees, eieren of melkproducten eet) een jaar lang van voedsel te voorzien, dan er nodig is om één maand voedsel voor een vleeseter te produceren. Met het water dat verbruikt wordt voor de Nederlandse rundvleesconsumptie, kan een derde van de hele wereldbevolking een jaar lang in haar drinkwaterbehoefte voorzien.

Vleesproductie is energieverspilling

De productie en consumptie van vlees is de belangrijkste bijdrage (18%) aan de opwarming van de aarde (broeikaseffect). Wanneer alle Nederlanders zouden besluiten 3 dagen per week geen vlees te eten, zou dat de hoeveelheid broeikasgassen in ons land evenveel reduceren als wanneer 3 miljoen auto’s van de Nederlandse wegen gehaald zouden worden.

Bij de omzetting van plantaardig in dierlijk eiwit gaan ook nog eens veel voedingsstoffen verloren. Met 4 kilo plantaardig eiwit (veevoer) produceer je gemiddeld slechts 1 kilo dierlijk eiwit.
Gemiddeld kost de productie van 1 kilo vlees(waren) 14,7 x meer energie dan de productie van een kilo plantaardige voeding. Om een kilo kalfsvlees te produceren heb je 100 keer zoveel energie nodig als om een kilo aardappels te produceren. Een normale akker met grasland "produceert" ongeveer 330 kilo vlees. Hetzelfde stukje grond kan ook 40.000 kilo aardappelen produceren. In 1994 voerde Nederland 40% van de eigen graanconsumptie op aan het vee; dat is genoeg voor 44 broden per jaar per Nederlander.

Vleesproductie kost levens

Gemiddeld verbruikt een Nederlander 88 kilo vlees per jaar (ongeveer de helft daarvan wordt niet opgegeten). Daarnaast drinkt hij in een jaar ook nog eens 45 liter halfvolle melk en eet hij 178 eieren.
Alles bij elkaar sparen de 800.000 Nederlanders die geen vlees eten jaarlijks het leven van ongeveer 6 miljoen dieren.
In zijn leven bespaart iemand die geen vlees eet ongeveer 6 a 7 runderen, 45 varkens en enkele honderden kippen.

Zou er in Nederland minder vlees geproduceerd worden in de bio-industrie dan was er minder dierenleed. Zou Nederland ook geen vlees meer exporteren, dan zou er wereldwijd iets minder vlees worden gegeten en dan zou er veel minder voedsel worden verspild. Diervriendelijk en milieuvriendelijk werken neemt iets meer arbeid. Zouden alle varkensbedrijven biologisch en ecologisch gaan werken dan konden alle varkenshouders in principe hun vak blijven uitvoeren.

Vrijheid is een grondrecht voor dieren

Waarom is vrijheid zo belangrijk?

Voor het antwoord gaan we te rade bij de bronnen waaruit we normaal gesproken informatie halen over wat hoort en wat niet hoort: de Grondwet, de religie, de natuur, hoe om te gaan met anderen (etiquette en sociale omgangsnormen) en uit onszelf: wat we voelen.

Grondwet
In de formulering van onze grondrechten is gelijkheid (geen discriminatie op o.a. ras) het eerste thema. In artikel 6 tot en met 15 is vrijheid het voornaamste thema. Een grondrecht voor mensen betekent een recht dat zelf niet ter discussie staat. Voor mensen is het nodig om in de wet (en voor sommigen in de religie) dit grondrecht vast te leggen, omdat wij de grenzen van de ander niet (h)erkennen of de neiging hebben om andermans grenzen te overschrijden of de ander te sterk te begrenzen.

Religie
De geschiedenis van vrijheid als basis van onze wetgeving gaat terug tot ver voor Christus. Ook in de religie is vrijheid het voornaamste controleerbare thema in de regels die gelovigen zichzelf opleggen. Tenminste wanneer je het er mee eens bent dat het adagium "wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet" vertaald mag worden met "zoals jij wilt dat jouw vrijheid wordt gerespecteerd, respecteer zo andermans vrijheid".
In 1988 maakte het overleg van de Afdeling Kerk & Samenleving van de Wereldraad van Kerken een rapport over de relatie kerk en dier onder de titel Bevrijding Van het Leven. Ook daarin pleit men voor de vrijheid van het dier en voor bevrijding van mens en dier.

Gezondheid
Het belang van vrijheid lijkt op het belang van gezondheid. Ook gezondheid is een vorm van vrijheid. Vrijheid en gezondheid worden ook wel fundamentele behoeftes genoemd, die naast veiligheid, begrip, affectie, ontspanning en de mogelijkheid om creatief te zijn de kwaliteit van ons leven (biologisch, sociaal en intellectueel) mede bepalen.
Of alle dieren lijden en ziek worden onder vrijheidsverlies weten we niet zeker voor alle diersoorten, maar we weten wel dat dieren uit de vrije natuur er alles aan doen om te zorgen dat ze niet worden opgesloten. Dat dierenwelzijn lijdt onder gebrek aan vrijheid of gebrek aan mogelijkheden om natuurlijk gedrag te vertonen is vaak af te leiden uit het afwijkend gedrag dat dieren gaan vertonen. In onze taal hebben we de uitdrukking "ijsberen" daaraan te danken.

Natuur
In de natuur is het recht op vrijheid intrinsiek. De term "vrije natuur" duidt daar al op. Het is de mens die dit intrinsieke recht ten aanzien van de natuur met voeten treedt.
Onvrijheid in de natuur bestaat alleen als door ziekte of ouderdom de krachten minder worden en dan is er al snel de bevrijdende dood. Vrijwel geen van de vele soorten gewervelde dieren in de natuur beneemt een andere soort de vrijheid, behalve kortstondig om de ander op te eten. Wanneer dieren elkaar opeten, hebben veel menselijke vleeseters en vegetariërs, die tegen het doden van dieren zijn, er gek genoeg geen moeite mee.

Gevoel
Ten slotte is er het gevoel. Ons gevoel zegt ons dat we op moeten komen voor iemand die gedwongen wordt om in een onrechtvaardige situatie te leven. Onvrijheid is zo'n onrecht.

Vrijheid, ethiek, plicht en verantwoordelijkheid

Vrijheid is voor mensen een goede basis om ethiek op te baseren: wat vrijheid vergroot, is goed en wat vrijheid verkleint, is mogelijk fout. Oftewel: nastrevenswaardig is de grootste vrijheid voor het grootste aantal individuen (mens en dier). Waarbij aangetekend moet worden dat vrijheid niet kan bestaan zonder het trekken van grenzen. Waar de grens ligt, ligt niet vast in tijd en plaats, terwijl meer (keuze)vrijheid wel meer verantwoordelijkheid oplevert. De grens van vrijheid is daarmee altijd weer onderwerp van discussie. Je kunt dit vervelend vinden, maar ook als een bewijs van haar waarde zien.
Natuurlijk moeten we onderscheid maken tussen het lot en de eigen, vrije keuze. Voor het laatste zijn wij verantwoordelijk, voor het eerste ook, wanneer aannemelijk kan worden gemaakt dat we te weinig voorzorgsmaatregelen hebben genomen.
Het dragen van veel verantwoordelijkheid vindt niet iedereen aantrekkelijk, daarom kiezen sommigen bewust of onbewust voor minder vrijheid en voelen zich vervolgens vrijer.
Iedereen mag voor zichzelf bepalen en aangeven waar zijn grens voor een ander getrokken wordt. Het is goed gebruik en volgens de etiquette om de grens voor een ander proberen in te schatten en te voorkomen dat de ander ons tot het trekken van grenzen moet dwingen.

Niemand is verplicht om zich met dieren te bemoeien zolang hij een dier vrij laat of niet zelf heeft gekooid, geschaad of verwond. Veehouders hebben een zorgplicht. Dieren hebben geen plichten, zij houden geen dieren in onvrijheid.

Object of subject?

Volgens de Grondwet maakt het niet uit of je nu een spaarvarken of een mestvarken een aantal maanden in de schuur laat staan. Tussen ding en dier wordt geen onderscheid gemaakt.

Grondrechten wegen zwaarder

Iedere oproep om een uitzondering te maken op grondrechten of hieraan voorbij te gaan, is immoreel. Het maakt niet uit of de oproep op economische of emotionele gronden wordt gebaseerd of wanneer de bio-industrie wordt verdedigd omdat werkgelegenheid en nationaal inkomen "in gevaar" komen. Grondrechten komen het eerst en het laatst. Er staan ook geen plichten tegenover.
Economische gevolgen even zwaar laten wegen is immoreel.

We moeten consequenties trekken


We vinden dat in de bio-industrie de grondrechten van het dier geschonden worden door de extreme inperking van de bewegingsvrijheid, door belemmering om natuurlijk gedrag te vertonen, door hen op te voeren tot onnatuurlijke gewichtstoename en door de graseters slachtafval te voeren. Daar komt nog bij dat er een overproductie is: er wordt voornamelijk voor het buitenland geproduceerd. Daarmee wordt het dierenleed des te overbodiger en het onrecht des te groter. Een afbouw van de bio-industrie en van de export van haar producten met daarnaast een vervanging in eigen land door ecologische veehouderij is een minimale vereiste om aan landbouwhuisdieren recht te kunnen doen.
In de bio-industrie en soms in de politiek wordt het recht op vrijheid genegeerd en als het ware doodgezwegen. In een gezonde maatschappij die haar grondrechten respecteert en probeert te handhaven zal een dier door sommigen nog wel worden gegeten, maar heeft het voor zijn dood een dierwaardig leven. Voor de overheid betekent dit de morele plicht om de bio-industrie voor de volle 100% om te bouwen tot een ecologische veehouderij waarin vrijheid als basis voor welzijn voorop staat. Het is de taak van de overheid om grenzen te stellen aan het misbruik van de vrijheid die de mens begaat in de omgang met het dier. Alleen als de overheid de wet consequent doortrekt naar dieren kan er daadwerkelijk een einde worden gemaakt aan het onrecht. Tevens wordt daarmee haar eigen positie gelegitimeerd; macht kan en mag alleen worden (over)gedragen door degene die het misbruik daarvan uitsluit.
Voor de consument geldt dat niet het eten van vlees verkeerd is, maar het eten van "besmet" vlees. Je bent (vrij in) wat je eet, maar kies je voor het eten van vlees uit de bio-industrie dan ben je mede verantwoordelijk voor het in stand houden van de schending van de grondrechten van het dier.

Voor een uitgebreidere versie van deze tekst, klik op de link in het rechtermenu

Waarom hebben dieren rechten?

Waarom zou je een dier rechten geven?

Dieren hebben zelf niets met rechten, maar komen bij conflicten voor zichzelf op of vluchten. Het concept "rechten" is uitgevonden door de mens en wordt door geen enkel ander wezen gehanteerd. Waarom spreken we dan wel van dierenrechten? Het antwoord is simpel: dierenrechten zijn mensenrechten en ze zijn er om de mens grenzen te stellen. Je zou de rechten die grenzen stellen aan de omgang van mensen met andere diersoorten 'dierenrechten' kunnen noemen. Wanneer we geen grenzen stellen aan de mens in de omgang met dieren in de vorm van rechten, dan kunnen we ook geen juridische aanspraken doen wanneer we vinden dat andere mensen de grens overschrijden.
Dieren zijn kwetsbaar ten opzichte van de mens, omdat de mens meer macht heeft. Mensen die de belangen van dieren schenden zouden door andere mensen voor het gerecht moeten kunnen worden gedaagd.

Hoe we met dieren moeten omgaan en welke rechten we aan dieren toekennen heeft te maken met ethiek. Albert Schweitzer zei al dat ethiek geworteld moet zijn in mededogen. Geen enkel rationeel uitgangspunt kan veel mensen er van overtuigen dat dieren rechten hebben. Het helpt ook niet om aan te nemen dat een dier intrinsieke waarde heeft. Zonder mededogen wordt een recht niet omgezet in rechtvaardig handelen.
Het concept dierenrecht kan volstrekt verschillend worden ingevuld. Sommigen zullen zich het recht willen voorbehouden om dieren te doden ten behoeve van consumptie of voor de sport. Anderen zullen zichzelf het recht ontzeggen om zelfs maar het kleinste diertje per ongeluk te doden. Hoe deze zaken met elkaar samenhangen wordt in dit artikel uiteengezet.
Grondrechten gelden onvoorwaardelijk, het is daarom essentieel om deze zorgvuldig te formuleren. Het maakt daarbij overigens niet uit of de formulering positief of negatief is.

Op basis waarvan zouden aan dieren rechten kunnen worden toegekend?


Alvorens deze vraag te beantwoorden moeten we duidelijk maken dat we onderscheid maken tussen dierenrechten en dierenbescherming. De reden waarom mensen dieren beschermen is hier niet aan de orde. Ieder mens is vrij om zijn eigen motivatie daarvoor te kiezen.

Er is geen doorslaggevend argument voor dat voor iedereen onomstotelijk tot de conclusie leidt dat dieren rechten hebben. Het totaal aan argumenten (biologisch, ecologisch, psychologisch, sociaal, ethisch, esthetisch, economisch, juridisch, politiek) is bij aanvaarding door een meerderheid daarmee het 'rationele denken en handelen' geworden. Tot het moment dat voldoende mensen de belangen van dieren serieus nemen en politiek kan worden afgedwongen, kan de minderheid alleen maar hopen dat het totaal van aangevoerde argumenten en overwegingen een groeiend aantal mensen brengt tot anders denken en handelen ten aanzien van dieren.

Het liefst zouden we de vraag of zij rechten hebben aan dieren willen voorleggen, maar helaas is van hun kant geen bruikbaar antwoord te verwachten. Zij kunnen slechts op een indirecte manier protesteren tegen een slechte behandeling. Het antwoord zal daarom door mensen aan mensen moeten worden gegeven.
Concepten die in aanmerking komen als basis voor dierenrechten zijn: intrinsieke waarde, welzijn, respect, vrijheid, (eigen) belang, natuurlijk gedrag, gelijkheid, mededogen e.d.. Veel van deze concepten lijken bruikbaar, maar zijn dat bij nader inzien minder, met name als we kijken naar concrete, praktische situaties. We bekijken hieronder de bruikbaarheid van elk concept. Om helderheid te krijgen in de bruikbaarheid ervan moeten we duidelijkheid hebben over de uitgangspunten waarop we dierenrechten willen baseren.

De hier gehanteerde uitgangspunten zijn:

  1. Rechten voor dieren moeten zo geformuleerd worden dat er in de praktijk mee gewerkt kan worden en dat juridische toetsing mogelijk is
  2. Dierenrechten gelden voor alle individuele dieren: uit de vrije natuur en uit de landbouw, huisdieren, zoogdieren, maar ook voor insecten.
  3. Dieren zijn onderling zo verschillend dat rekening moet worden gehouden met hun specifieke aard
  4. Dierenrechten gelden voor mensen en er moet door mensen een beroep op kunnen worden gedaan. Dieren kunnen niet worden gehouden aan plichten.
  5. De dood neemt een bijzondere positie in onder dierenrechten: de slacht, de beheersjacht door deskundigen en de beroepsvisserij. Deze vormen van doden moeten zo geregeld worden dat het dier snel en pijnloos en niet nutteloos is (bijvoorbeeld als ongewenste bijvangst of bij massale ruimingen).
  6. Dit geldt ook voor schadelijkheid van ongewervelde dieren, die niet anders dan door doden kan worden bestreden.
  7. Rechten van de soort gaan boven die van het individu (als een dieren- of plantensoort dreigt uit te sterven mag je mensen verbieden dat leven te verstoren). Ook heeft een soort (bijvoorbeeld een varken of een zalm) het recht om niet in excessieve hoeveelheden te worden geproduceerd of gevangen ten behoeve van export, waarbij de productie of vangst bijna per definitie door de massaliteit dieronvriendelijk gebeurt en niet gericht is op bevrediging van basale levensbehoeften.

Dierenrechten is wat anders (ruimer) dan dierenwelzijn

Als we kijken naar zaken als (eigen)belang, welzijn van dieren, hun intelligentie, gevoelens en instinct e.d., dan moeten we concluderen dat het vrijwel onmogelijk is om elkaar op deze zaken aan te spreken. Welzijn is een doel en geen uitgangspunt en ligt voor iedere diersoort letterlijk en figuurlijk op een ander terrein. Je moet dan vragen beantwoorden als "hebben vissen gevoel" of "verveelt een varken of een huisdier zich?" of "schaadt een veehouder het belang van koeien als deze 's zomers niet in de wei mogen"? Dergelijke zaken zijn niet voor alle dieren met 100% zekerheid controleerbaar en kunnen daarom niet de algehele grond zijn waarop dierenrechten zijn gebaseerd. Daarentegen zijn de concepten wel bruikbaar als we dierenrechten moeten uitwerken in de praktijk (via de randvoorwaarden en de vijf vrijheden) of wanneer we denken vanuit het voorzorgprincipe, d.w.z. we proberen schending van de randvoorwaarden en vrijheden zoveel mogelijk te vermijden.

Is er dan wel een juridisch uitgangspunt denkbaar dat voldoet en wel werkbaar is?

Bruikbaar is hetzelfde uitgangspunt dat voor rechten van mensen wordt gehanteerd, namelijk recht op vrijheid. Vrijheid is geen concreet begrip, maar krijgt betekenis in een context. Mensen gaan pas begrijpen wat vrijheid is, wanneer je per situatie of diersoort uitlegt of je zelf ervaart wat het inhoudt.
Vrijheid kan worden opgevat als een paradoxaal concept. Om het concept werkbaar te maken moeten er grenzen worden geformuleerd om het begin en het eind van de gevolgen aan te geven. Voor de uitwerking van het begrip vrijheid in de praktijk moeten we omschrijven wat het niet is: alles wat de vrijheid van het dier (om natuurlijk gedrag te vertonen) onmogelijk maakt (bijvoorbeeld honger en dorst of stress bij vee), druist in tegen zijn of haar rechten.
Het stellen van grenzen aan vrijheid geldt zowel voor mensen als voor dieren en is juist de kracht van het concept. We kunnen denken aan een ondergrens aan de vrijheid voor een dier, maar ook aan fysieke grenzen (bijv. hekken).
Hoe het nee, tenzij principe moet worden gehanteerd is eenvoudig voor te stellen: alle vrijheidsbeperking van dieren is verboden, tenzij men kan aantonen dat met een bepaalde maatregel de vrijheid om natuurlijk gedrag te vertonen mogelijk blijft.

Een belangrijk voordeel van vrijheid is dat er een bovengrens is aan de verplichting voor de mens om zich druk te maken over dierenrechten. Zodra dit recht op vrijheid is gegarandeerd vervalt de verantwoordelijkheid van de mens voor een nadere invulling.
Recht op vrijheid voor dieren omvat voornamelijk de mogelijkheid om natuurlijk gedrag te vertonen. Dat en hoe een dier dat vervolgens op een eigen en "vrije" manier invult of niet, doet niet ter zake voor het uitgangspunt van zijn rechten.
Voor dieren in de vrije natuur is het voldoende om de natuurlijke balans zonder menselijk ingrijpen in de natuur te garanderen (voor uitzonderingen, klik hier). Voor dieren in het huishouden of in de veeteelt is het zaak om er voor te zorgen dat deze dieren zoveel mogelijk hun natuurlijke gedrag kunnen handhaven.
Wat recht op vrijheid nog meer inhoudt, is het recht op lichamelijke integriteit: geen onnatuurlijke lichamelijke ingrepen als snavels kappen, geen castratie van biggetjes, genetische manipulatie (wel selectie) of extreem doorfokken (bijv. dikbilkoeien wier kalveren met de keizersnede moeten worden gehaald).

Voor een uitgebreidere versie van deze tekst, zie de links naar de website van Animal Freedom in de rechterkolom van de Internetversie.

Weergave op smartphone


De meest gelezen pagina's van Animal Freedom zijn in verkorte vorm op dit blog gezet zodat ze goed gelezen kunnen worden op een smartphone of afwijkend scherm.

De website van Animal Freedom kent vele artikelen. Er zijn foto's en korte video-fragmenten.
We schrijven over de misstanden in en rond de bio-industrie, honden doorfokken, rituele slacht, roofvogelvervolging etc., etc..
We dragen aantrekkelijke oplossingen aan, b.v. vegetarische (barbecue- en Kerst)recepten.

Het serieus nemen van rechten van dieren kan u geld besparen. En er is tenslotte naast vrijheid een gemeenschappelijk belang in het behouden van een leefbare aarde (vlees eten draagt bij aan klimaatopwarming en ontbossing).

Voor verder lezen en verdieping, kijk op de keuzes in het menu aan de rechterkant op de Internetversie of ga naar de website van de Stichting Animal Freedom.
Een dier is een levend wezen met behoeftes, gevoelens en rechten. Diens recht op vrijheid kan niet worden weggenomen of verleend. Vrijheid kan worden begrensd, maar er opent een liefdevol perspectief door vrijheid als grondrecht te erkennen en te respecteren. Het is in het belang van alle levende wezens om de vrijheid te hebben tot natuurlijke gedrag.

Vrijheid is een grondrecht voor mensen en veel wetten zijn daarop gebaseerd. Op de site(s) van Animal Freedom werken we vrijheid als grondrecht voor dieren uit in al haar samenhangende aspecten. We reiken aan wat het oplevert om grondrechten van dieren serieus te nemen en hoe het onnodig leed voorkomt.

We reageren op de actualiteit via Facebook (direct) en via een weblog (na enige tijd).

Een overzicht van alle artikelen is in de Internetversie te zien onderaan bij de Populaire berichten of de labels. Op de mobiele versie, klik hier.

Een overzicht van thema's op Animal Freedom is op de sitemap te zien.

Naar de website van de Stichting Animal Freedom.

Populaire berichten

De laatste webblogs